AMC: Dementie bij
oudere migranten
Door: drs. JL Parlevliet, klinisch geriater & projectleider , AMC Amsterdam, drs. M Goudsmit, neuropsycholoog & projectleider, Slotervaartziekenhuis Amsterdam, drs. J van Campen, klinisch geriater, Slotervaart ziekenhuis Amsterdam, prof. dr B Schmand, neuropsycholoog Universiteit van Amsterdam en dr. SE de Rooij, internist-ouderengeneeskunde (coördinator Symbol studie), AMC Amsterdam.
Achtergrond Eén van de belangrijkste ontwikkelingen in de Nederlandse bevolkingssamenstelling is de toenemende vergrijzing. Het aandeel oudere migranten in de Nederlandse bevolking is nu nog relatief gering, maar zal naar verwachting ook snel stijgen (Dagevos, 2001). Van het totaal aantal ouderen boven de 55 jaar zijn er thans bijna 500.000 allochtoon (www.cbs.nl) Het gaat dan met name om ouderen van Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse afkomst. Het grootste deel van de allochtone ouderen woont in de vier grote steden, maar ook in de grote groeikernen buiten de randstad. Uit eerder onderzoek (Amsterdamse Gezondheids Monitor 2001) is gebleken dat oudere migranten een slechtere algemene gezondheid ervaren en meer chronische ziekten hebben op lagere leeftijd dan autochtone Nederlanders. Hierbij is het van belang dat (onder andere) hartvaatziekten een risico vormen voor het ontwikkelen van dementie. Vermoed zou kunnen worden dat oudere migranten dus op lagere leeftijd dementie zouden kunnen ontwikkelen. Het is momenteel echter onduidelijk hoeveel oudere migranten last hebben van geheugenstoornissen en (beginnende) dementie. Dit is een punt van aandacht omdat het consequenties heeft voor het inrichten van toekomstige zorg.
Het is echter moeilijk om de cognitieve status van met name Turkse en Marokkaanse ouderen net zo nauwkeurig te bepalen als bij autochtone Nederlanders. Voor de huidige geheugentesten moet men de Nederlandse taal goed beheersen. De overgrote meerderheid van met name (eerste generatie) Turkse en Marokkaanse ouderen heeft echter moeite met de Nederlandse taal (Tesser, 1998)en niet zelden is er sprake van analfabetisme (Dagevos, 2001).
Met dit probleem voor ogen is een testbatterij voor cognitieve screening ontwikkeld, die oudere migranten met een beginnende tot matige dementie kan scheiden van hun gezonde leeftijdsgenoten. Deze test meet -net als de bestaande screeningstesten- meerdere cognitieve functies. Bij dementie gaat de achteruitgang in geheugen meestal als eerste achteruit, voor dat problemen met dagelijks functioneren of gedrag ontstaan. In de test wordt met name geheugen getest. Daarnaast worden de zogenaamde frontale functies getest en de snelheid van denken. De test is zowel inhoudelijk als wat betreft vorm geschikt voor personen uit meerdere culturen.
In deze workshop zal de screeningsbatterij (de SYMBOL testbatterij) voor dementie bij allochtone ouderen worden gedemonstreerd (Goudsmit & Parlevliet 2005).